Schreuder & Kraan

Karoly Veress (1935), “Béla Bartók, Derde pianoconcert”

Aanbiedingsprijs Prijs €1.100,00 Normale prijs Eenheidsprijs  per 

Inclusief belasting Verzendkosten worden berekend bij het afrekenen.

Karoly Veress (1935)
“Béla Bartók, Derde pianoconcert”
Brons, op een marmeren sokkel (9,7 x 10 cm), totale hoogte 51 cm.
Herkomst: Galerie Krikhaar, Amsterdam, waar het in juni 1979 door een particuliere verzamelaar werd aangekocht.


Veress werd in 1935 geboren in het bergachtige landschap van Transsylvanië. Als kind maakte hij de ontwrichtende gevolgen van de Tweede Wereldoorlog mee. In de turbulente jaren vijftig studeerde Veress literatuur aan de Universiteit van Boedapest. 
In 1956 mondde de ontevredenheid over de Sovjetbezetting van Hongarije uit in de Hongaarse Revolutie. Veress’ deelname aan deze revolutie eindigde in een tragedie. De Sovjet-militaire interventie verpletterde de Hongaarse revolutie en dwong hem Hongarije te verlaten.  

Veress vluchtte naar Nederland, waar hij zijn kunststudie voortzette aan de Universiteit van Leiden. In 1966 trouwde hij met Margot Dooijes. 

Hoewel hij in zijn jeugd een natuurlijk talent voor literatuur en poëzie had getoond, ontdekte hij nu zijn liefde voor de beeldhouwkunst. 
Veress schreef ooit: “Ik ben op aarde geplaatst te midden van de schepping. Mijn leven is een vlucht naar de bescherming van anderen, en een vlucht terug naar de eenzaamheid om te zien of ik nog besta.  Ik besta in het maken van beelden.”  

Van groot belang voor zijn artistieke ontwikkeling was zijn ontmoeting met de grote Nederlandse kunstcriticus en curator Pieter Leffelaar, die zijn mentor zou worden tot aan diens dood in 1978. 

In de jaren zeventig verwierf Veress bekendheid, zowel in Nederland als in andere Europese landen. Zijn werken vonden hun weg naar talrijke particuliere en bedrijfscollecties, waaronder die van (toenmalige) Hare Majesteit Koningin Beatrix, Koningin der Nederlanden, en die van de Nederlandse en Duitse overheid.  
Het was Willem Sandberg, voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die hem in 1978 aanmoedigde zijn geluk te beproeven in  Noord-Amerika. In 1980 vestigden Veress en zijn gezin zich in een rustig dorpje in Canada, Niagara-on-the-Lake. 
Veress verdeelt zijn tijd nu tussen Canada en een klein dorpje in Hongarije.

"Zijn werk is sterk beïnvloed door de post-kubistische Europese beeldhouwkunst van Brancusi, Lipchitz en Moore. Veress werkt met vloeiende, kromlijnige lijnen, organische, botachtige vormen en overlappende, gepolijste concave en convexe oppervlakken. Zijn werk heeft een dynamische kracht en massiviteit, zelfs bij kleine stukken, en zijn gevoel voor volume en inwendige ruimte wordt bereikt door wat kan worden omschreven als een evenwicht van tegenstellingen, dat rechtstreeks voortkomt uit de interactie tussen twee lichamen.

Zijn werk is sterk stijlbewust en kan worden beschouwd als een trots afgeleide van de moderne Europese biomorfische beeldhouwkunst. ‘Als je een definitie probeert te geven in de beeldhouwkunst, moet je net zo nauwkeurig zijn als het geschreven woord’."

J. Brooks Joyner 
(executive director of the Nicolaysen Art Museum, former director at the Vancouver Art Gallery in British Columbia, the Montgomery Museum of Fine Arts, Gilcrease Museum, Tulsa, the Joslyn Art Museum, the Allentown Art Museum.)

Voor Veress is beeldhouwkunst meer dan alleen het omzetten van menselijke ervaringen in vorm. In zijn werk probeert Veress een dieper aspect van het menselijk bestaan vast te leggen: een tijdloze waarheid; zijn werk moet een taal spreken die begrijpelijk is voor mensen van alle generaties, culturen en rassen.